Afbeelding

Wanneer is een vennootschap onder firma beëindigd?


Quintijn Gijsbers

020-6181781

gijsbers@adadvocaten.nl

 

Hoe kun je stoppen met een vennootschap onder firma (v.o.f.) en op welk moment kun je zeggen dat een v.o.f. daadwerkelijk is beëindigd? Dit is van belang om te kunnen bepalen wanneer de gevolgen die aan de beëindiging van de v.o.f. zijn verbonden zijn ingetreden, zoals bijvoorbeeld het antwoord op de vraag of een voormalige vennoot een concurrentiebeding uit het firmacontract heeft geschonden.   

 

Dat hierover bij veel vennoten nog steeds onduidelijkheid bestaat met alle gevolgen van dien, blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland d.d. 28 maart 2018 (ECLI:NL:RBNNE:2018:1045, klik hier voor deze uitspraak).  

 

Schending non-concurrentiebeding?

In deze zaak stelde de eisende vennoot dat hij de v.o.f. per 1 januari 2016 eenzijdig zou hebben beëindigd. Op basis van het firmacontract zou hij dan recht hebben op voortzetting van de vennootschap en zou de gedaagde vennoot in strijd handelen met het in het firmacontract overeengekomen non-concurrentiebeding. De gedaagde vennoot dacht daarentegen dat de v.o.f. al een jaar eerder was beëindigd, en wel op het moment dat de v.o.f. uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel was uitgeschreven. Als er al sprake zou zijn geweest van een non-concurrentiebeding, dan was dat allang uitgewerkt en had hij dat dus ook niet geschonden.   

 

V.o.f. blijkt niet te zijn beëindigd  

De Rechtbank constateert dat een v.o.f. kan worden ontbonden onder meer door opzegging van de ene vennoot aan de andere vennoot. Daarvan was in dit geval geen sprake. Weliswaar had de eisende vennoot daarover uitlatingen gedaan op facebook en in brieven aan relaties, maar dat waren geen aan de andere vennoot gerichte opzeggingen. Evenmin had zich één van de andere in het firmacontract opgenomen, aanvullende, bepalingen over beëindiging van de v.o.f. voorgedaan. Het standpunt van de gedaagde vennoot dat de v.o.f. zou zijn beëindigd na de uitschrijving uit het handelsregister was volgens de Rechtbank ook niet juist omdat de vennoten de bedrijfsvoering daarna op de oude voet hadden voortgezet.  

 

Geen schending non-concurrentiebeding

In de procedure gingen beide vennoten ervan uit dat de v.o.f. in ieder geval per 1 januari 2016 was ontbonden. De Rechtbank nam in navolging daarvan aan dat beide partijen waren overeengekomen de v.o.f. per deze datum te ontbinden. Toch was er volgens de Rechtbank geen sprake van schending van het non-concurrentiebeding. Op grond van het firmacontract kon deze situatie zich namelijk alleen voordoen als er sprake was van uittreding door één van de vennoten, terwijl de andere vennoot de onderneming voortzet. Van deze situatie was volgens de Rechtbank geen sprake omdat partijen waren overeengekomen de v.o.f. per 1 januari 2016 te beëindigen.  

 

Conclusie

In de praktijk bestaat er vaak onduidelijkheid over hoe je een v.o.f. precies kunt beëindigen en wat de gevolgen daarvan zijn. Een ontbinding of beëindiging van een v.o.f. betekent op zich niet dat de vennoten zijn ontslagen van de onderlinge verbintenissen die op hen rusten en die voortvloeien uit de overeenkomst tot het sluiten van de v.o.f., waaronder een eventueel non-concurrentiebeding. Het is van belang dat u zich goed informeert over de toepasselijke wettelijke bepalingen en het firmacontract, waarin afwijkende en/of aanvullende bepalingen kunnen zijn opgenomen. Schroomt u dan ook niet om daarvoor zonodig deskundige hulp in te roepen.

Terug naar het overzicht
AD Advocaten
Roemer Visscherstraat 24
1054 EX Amsterdam

Telefoon 020 61 81 781

Fax 020 68 33 042

Direct contact »
Stel een vraag »